Een passende jas.
Er was eens een vooraanstaand, hoogontwikkeld land dat gebukt ging onder een netelig, steeds groter wordend probleem. Geheel in de maatschappelijke traditie van polderen en kavelen had men steeds gezorgd dat elk schoolkind het onderwijs kreeg wat het beste paste bij haar talenten. Kinderen met speciale talenten mochten dan ook naar speciale scholen. Het recht daarop werd door de inwoners van het land zeer waardevol gevonden. Jaren geleden heeft men gepoogd de speciale kinderen weer meer samen met de gewone kinderen naar school te laten gaan, maar de laatste tijd wordt het land geconfronteerd met een sterke toename van het aantal speciale kinderen. De koning besluit dat er iets moet gebeuren en vaardigt een wet uit om er voor te zorgen dat gewone scholen ook speciale kinderen kunnen ontvangen. Omdat de koning ook op de centen van het land moet letten hoopt hij met deze maatregel ook minder duur uit te zijn.
De juf van de gewone school heeft het door de jaren heen niet gemakkelijker gekregen. Zij moest de oude wijze meester opvolgen die vroeger alles wist. En ondertussen kreeg ze er steeds meer werk bij. Ze moest niet alleen zorgen dat alle belangrijke kennis aan de kinderen werd overgedragen maar ook dat de schoolkinderen zouden opgroeien tot gelukkige mensen. Dat de koning zich ondertussen zorgen maakte over de internationale positie van het land en steeds hogere eisen moest stellen aan de cijfers - vooral die voor rekenen en taal - maakte het ook niet gemakkelijker. Dat zou allemaal nog wel gaan als ze wat waardering voor haar werk zou krijgen. Maar ze werd almaar herinnerd aan de tijd van de oude meester, toen alles beter was. En nu kwamen daar ook nog al die moeilijke kinderen bij en ze moest het ook nog met minder geld doen. Moedeloos werd ze er van, daar had ze niet van gedroomd toen ze zo graag juf wilde worden. Maar ze ging haar best doen.
De ouders van het land wilden ondertussen het allerbeste voor hun kind. Zij hadden uiteraard het goede oog voor hoe speciaal hun kind wel niet was. Bij moeilijkheden raadpleegden zij de de dokter die vaak snel wist te bepalen welke ziekte hun kind had. Het was maar goed dat ze een koning hadden gekozen die daar rekening mee hield. Zij vonden echter ook dat de juf wel haar stinkende best deed maar toch te kort schoot. Dat de juf ondertussen vond dat de ouders wel wat meer grenzen mochten stellen aan de wensen van hun kinderen, drong niet altijd tot hen door. Veel ouders klaagden over de situatie, maar ze waren verdeeld over de vraag of de koning hier juist meer of minder geld in moest steken. Zij hadden dat geld immers verdiend.





