Maloja

voor advies, expertise en hulp bij ontwikkeling

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Dan nog dit Columns Verkiezingsuitslag

Verkiezingsuitslag

E-mail Afdrukken PDF

Er is iets merkwaardigs aan de hand met de laatste Tweede-Kamerverkiezingen, althans met de uitslag, in ieder geval met de publicatie van die uitslag.

Allereerst maar even een aantal feiten op een rij, dat wil zeggen nieuwsfeiten, want of die twee synoniem zijn wordt één van de vragen in dit artikel. Oké, terug naar de woensdagavond 22:30. Na het tellen van zo’n 90% van de stemmen, verliest de PvdA weer een zetel aan de SP: de verhouding is nu 32-26. De uitzending loopt door tot na twaalven; de zetelverdeling verandert niet meer terwijl inmiddels meer dan 99% is geteld. Elk commentaar gaat uit van deze uitslag.

 

De twee dagen daarop probeer ik te achterhalen hoe lijstverbindingen en restzetels nu precies rekenkundig worden bepaald. Dat blijkt overigens niet simpel; de methode voor de verdeling tussen de lijsten is anders (gewogen gemiddelden: dat wil zeggen, een restzetel gaat naar die partij die dan de meeste stemmen per verkregen zetel heeft gebruikt) dan die binnen een lijstverbinding (de zetel gaat naar de partij met de meeste ongebruikte stemmen). Vrijdagochtend vind ik op de sites van de Volkskrant en de Telegraaf de volledige landelijke uitslag, dat wil zeggen inclusief de exacte aantallen stemmen per lijst. Ik laat de berekening er op los en constateer – naast het feit dat Pastors maar net buiten de Kamer valt en Wilders bijna tien zetels zou hebben gehad – tot mijn verbazing dat de SP 25 en de PvdA 33 zetels behoort te hebben. Ook hier overigens een relatief klein verschil van een paar duizend stemmen. Na de lunchpauze controleer ik de aantallen stemmen en vind op de site van de Telegraaf iets andere (hogere) cijfers en verwerk die opnieuw. De conclusie blijft hetzelfde: SP staat op 25. Korte tijd later zie ik op Teletekst een ANP-bericht dat na hertelling van Eindhoven en het meetellen van de briefstemmers de SP een zetel heeft verloren aan de PvdA. Overigens realiseer ik me nu dat alle media zich in deze tijd baseren op cijfers zoals de verkiezingsdienst van het ANP die verzamelt en distribueert.

 

Tot zover de nieuwsfeiten. Nu het eerste, maatschappelijk/journalistieke vraagstuk. Het ANP heeft aantoonbaar tot tweemaal toe onjuiste informatie verstrekt en iedereen volgt dat. Alle media, alle journalisten , alle politici en alle volgers (zondag nog in Vroege Vogels blijdschap dat groene boer Waalkens – nummer 33 op lijst 2 dankzij de briefstemmers toch in de kamer zit). De eerste onjuistheid wordt geïntroduceerd op woensdagavond als om en nabij 95% van de stemmen zijn geteld. De aantallen geven dan feitelijk aanleiding tot een andere socialistische verdeling maar vermoedelijk wordt de doorberekening naar de zetels niet meer gemaakt en leven we met een tot vrijdag durende verkeerde zeteluitslag. Dat constateerde ik op vrijdagochtend met mijn doorberekening. Opmerkelijk is dat niemand anders – noch in de politiek, noch door haar journalistiek waakhond – deze ‘feiten’ controleert. Tussen haakjes: de officiële verkiezingscommissie doet dat natuurlijk wel, maar heeft enkel boodschap aan de officiële publicatie op de volgende maandag. De tweede fout van het ANP wordt gemaakt op vrijdagmiddag als zij de juiste zetelverdeling vermeldt maar de verkeerde oorzaak van de eerdere publicatie. Niet door Eindhoven en de briefstemmers verandert de uitslag (want die was namelijk woensdagavond laat feitelijk – maar niet nieuwsfeitelijk – al zo), maar de zeteluitslag verandert doordat nu de gehele doorberekening wordt uitgevoerd. We hebben het over media-integriteit als we beseffen dat die berekening woensdag niet is uitgevoerd omdat men geen gevolgen verwachtte voor de verdeling en vrijdag wel met die mogelijkheid rekening hield.

Die berekening brengt mij op een tweede vraagstuk en dat is informatiekundig van aard en gaat over gegevensintegriteit. In gepubliceerde uitslagtabellen zijn niet alle gegevens van het zelfde soort. Gegevens als lijstnaam en stemmenaantal zijn harde, zogenaamde brongegevens. Zij zijn het meest als feiten, uitgangspunten, misschien wel waarheden op te vatten. De andere gegevens zijn daarvan afgeleid, door middel van formules. Dat geldt voor de percentages en – via een weliswaar complexere, maar strikt algoritmische, door een wet beschreven procedure – de zetelaantallen. In zo’n tabel mag je wel de brongegevens handmatig veranderen, waarna via doorberekening de afgeleide gegevens daarmee in overeenstemming worden gebracht. Verander je echter handmatig de afgeleide gegevens – dus niet via de afleiding – dan komt de integriteit van de tabel als geheel in gevaar. Dit is vermoedelijk de fout van woensdagavond. Want laat ik feitelijk blijven. Aantoonbaar is dat er een fout in de tabel zat, maar naar hoe de fout is ontstaan – laat staan wie er aan schuldig is – kan ik slechts gissen. Hoewel gissen een magere benaming voor wetenschap bedrijven is. De informatiekundige fout wordt overigens veel gemaakt. Wel eens een rapport gemaakt in Word met een inhoudsopgave? Daarna tekst bijgevoegd en niet opnieuw gegenereerd. Dan staan de paginanummers in de inhoudsopgaven verkeerd. Een nog eenvoudiger voorbeeld is het invoegen van harde returns (aan het einde van een regel) in een artikel waarin je tekstverwerker voor zogenaamde zachte returns zorgt.

Het derde vraagstuk waar ik op kom is wetenschappelijk en filosofisch van aard. Het gaat over feiten en de waarheid. Of de waarheid – en is dat hetzelfde als de werkelijkheid? – echt bestaat weet ik niet en de kwestie kan ik moeilijk zo niet onmogelijk beslechten. Feiten echter bestaan niet, in ieder geval niet voor zover ze suggereren hard, juist, waar, werkelijk te zijn. Elk zogenaamd feit is op zijn best een goede afspiegeling van de werkelijkheid. En in het woord afspiegeling zit hem de kneep. Voor afspiegelingen heb je een spiegel nodig en deze spiegel verwijdert en voegt eigenschappen toe aan het te spiegelen object om zo het beeld samen te stellen. De feiten waarop we ons baseren zijn niet meer dan deze beelden. Voordat je echter denkt dat ik er net als bisschop Berkely in ‘De wereld van Sophie’ van uit ga dat er dus alleen beelden en daarmee spiegels zijn en de werkelijkheid absoluut – behalve voor een God- onkenbaar is, graag een metafoor van Umberto Eco uit ‘Kant of het vogelbekdier’. Hierin vergelijkt Eco de werkelijkheid met een stuk marmer, waarin de kunstenaar van alles kan zien en waarvan de beeldhouwer veel kan maken. Echter het brok marmer staat niet zo maar elke interpretatie of beitelslag toe. Het is lokaal te hard of juist te zacht, het splijt niet of brokkelt juist af. De vriend van mijn vroegere cellolerares haalde mooiere tonen uit mijn goedkope cello dan ik uit zijn dure en merkte op dat hij alleen maar de muziek er uit haalde die al in het hout zat. Zou dat niet een indicatie voor de echte werkelijkheid zijn?

 

Volg passend onderwijs